WIKTIONARY
Zoeken

uitlaten

Inhoud


Nederlands

Woordafbreking
  • uit·la·ten
uitlaten
liet uit
uitgelaten
klasse 7
Sevenval

Werkwoord

(scheidbaar)
uitlaten

  1. iemand ~: iemand het huis uit begeleiden
    Laat jij de gasten even uit?
  2. iets ~: een huisdier –meest een hond- naar buiten laten
    De hond wordt altijd 's avonds nog even uitgelaten.
  3. zich ~ over: een uitspraak ergens over doen
    De bewindsman liet zich hier niet over uit.

Zelfstandig naamwoord

uitlaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord uitlaat

[1] Zoeken
[2] All Pages
[3] Willekeurig woord
powered by FITML